25 jaar waanzin!

25 jaar waanzin! | Desipientia 2018

25 jaar waanzin!
Jaargang 25, nr. 1.

25 jaar waanzin!

Het is feest! We vieren de vijfentwintigste verjaardag van Desipientia met een speciale jubileumuitgave, compleet in het teken van de mensen die het blad gemaakt hebben tot wat het nu is. Hoofdredacteurs van vroeger en nu staan in de spotlights, met uiteenlopende artikelen over hun recente kunsthistorische onderzoek. Om een beter beeld van de oprichting en de ontwikkeling van Desipientia te krijgen, was Pieter Roelofs, de allereerste hoofdredacteur, bereid om ons alles te vertellen over de oprichting en de beginjaren van het tijdschrift.

Het verhaal van Desipientia begint in 1992, toen Karin van Lieverloo, Bregit Jansen, Herman Tibosch en Pieter Roelofs de studievereniging van Kunstgeschiedenis, Organisatie Studenten Kunstgeschiedenis, nieuw leven in bliezen. Al snel werd het een succes: studenten uit alle jaarlagen sloten zich aan en er werden verschillende commissies opgericht om het kunsthistorische studentenleven te verrijken. De maandelijkse OSK-nieuwsbrief smaakte naar meer en al snel ontstond het idee om een kunsthistorisch tijdschrift uit te geven. In 1993 werd daarom door OSK-bestuursleden Karin, Herman en Pieter Desipientia – zin & waan opgericht, omdat het belang van publiceren voor studenten werd ingezien, maar er weinig mogelijkheden waren om in een gerenommeerd tijdschrift geplaatst te worden. Bas Mühren, Femke Marije de Groot, Anouk van Heesch en Marc de Kleine waren vanaf het eerste moment bij de redactie betrokken.

De naam Desipientia, afgeleid van het Latijnse woord voor waanzin, was een logische keuze voor de redactie. Het idee om een tijdschrift te beginnen was in hun ogen waanzinnig. Kunst, kunstgeschiedenis en kunstkritiek bevinden zich daarnaast dikwijls op het grensgebied tussen zin en waan. Deze gedachte leidde tot de ondertitel die in de loop der jaren is verdwenen. Desipientia bood studenten de mogelijkheid om de rollen om te draaien: studenten nodigden kunsthistorici van naam uit, gaven medestudenten nieuwe mogelijkheden en bouwden zo hun eigen platform op.

Al vijfentwintig jaar lang verschijnt er ieder half jaar een nieuwe editie, waarbij de meest uiteenlopende thema’s de revue hebben gepasseerd. Een belangrijke strategie was het koppelen van thema’s aan activiteiten in Nijmegen, zoals de uitgave ‘De wederopbouw in Nijmegen’ uit 1995. Het streven was vanaf het begin om naamsbekendheid voor Desipientia te genereren. Ik denk dat we mogen concluderen dat dit is gelukt, nu het blad te raadplegen is in bibliotheken door heel Nederland – en zelfs in het buitenland.

Inhoud

Hanneke van Asperen, "Geloof, hoop en vooral liefde in Ambrogio Lorenzetti’s Goed Bestuur", pp. 6-10.

Wouter Wagemakers, "'In caso di morte d’una figliuola unica': Margherita Raimondi en de rechtszaak tegen de werkplaats van Michele Sanmicheli", pp. 11-15.

Surya Stemerding, "Bizarre geesten: De Satirische Biografieën van Ianus Nicius Erythraeus", pp. 15-19.

Anna C. Koldeweij, Twaalf maanden noeste arbeid in een chique kast: Een zeventiende-eeuws Antwerps kunstkabinet met een uniek thema", pp. 20-26.

Menno Jonker, "Art robbery anno 1670: The case of a stolen Bosschaert", pp. 27-31.

Lilian Ruhe en Rudie van Leeuwen, "Mevrouw Bentinck of onverenigbaarheid van identiteit: De portretten van Charlotte Sophie Bentinck, geb. van Aldenburg", pp. 32-39.

Oscar Ekkelboom, "Herinneringen in Katsushige Nakahashi’s The Burning of Zero #BII-120", pp. 40-44.

Petra Smits, "25 jaar Superflex: De kunst van het gebruiken van kunst", pp. 45-50

Meer