Bauhaus en Nederland

Bauhaus en Nederland | Desipientia

Bauhaus en Nederland
Jaargang 2, nr. 1.

Bauhaus en Nederland

Dit is het tweede nummer van Desipientia – zin en waan. Een nieuw nummer met een gedeeltelijk nieuwe opzet. Elke uitgave van dit kunsthistorisch tijdschrift zal vanaf nu een thema meekrijgen. Een kern van meerdere wetenschappelijke artikelen die hetzelfde onderwerp als uitgangspunt hebben, aangevuld met individuele bijdragen van studenten en jonge doctorandi. De belangrijkste doelstelling van dit tijdschrift is hen de mogelijkheid te bieden de onderzoeksresultaten van hun scripties en werkstukken te publiceren tussen artikelen van ervaren vakgenoten. Desipientia – zin en waan biedt hen de kans te schrijven om gelezen te worden.

De artikelen voor het hoofdthema van dit nummer vinden hun oorsprong in de bundel Bauhaus en Nederland, die in december 1992 tot stand kwam als resultaat van de gelijknamige derdejaars werkgroep onder leiding van mevrouw dr. D. Nicolaisen. Van de vijftien bijdragen aan deze bundel, die het gehele werkterrein van het Bauhaus bestrijken, heeft de redactie vier teksten gekozen voor dit tijdschrift. Deze artikelen geven een beeld van de verscheidenheid aan gebieden waarbinnen een duidelijke relatie tussen het Bauhaus en de kunstenaarswereld in Nederland aantoonbaar is.

Inhoud

Harry Tummers, “In memoriam, prof. F.G.L. van der Meer”, pp. 6-8.

Dörte Nicolaisen, “Het Bauhaus en Nederland”, pp. 8-9.

Barbara Kruijsen, “Marguerite Friedländer en Franz Rudolf Wildenhain: twee Bauhauspottenbakkers in Nederland”, pp. 10-16.

Marijke Schots-van der Heijden, “Bauhausweverij en haar invloed in Nederland”, pp. 16-24.

Adriane Colenbrander, “Paul Citroen, het Bauhaus en de Nieuwe Kunstschool”, pp. 24-29.

Daniëlle Takens, “Mart Stam en het Bauhaus”, pp. 29-33.

Arjan Doolaar, “Van Bombarzo tot Destino: de samenwerking tussen Salvador Dalí en Walt Disney”, pp. 34-27.

Nelly de Hommel-Steenbakkers, “Het Laatste Oordeel: Franse Portaalsculptuur van ca. 1140-1310 in het Domaine Royal”, pp. 37-43.

Willy Piron, “Dirk Ocker, een symbolist”, pp. 44-46.

Meer