Christelijke iconografie

Christelijke iconografie | Desipientia

Christelijke iconografie
Jaargang 2, nr. 3.

Uitverkocht

Christelijke Iconografie

Omgeven door vurige vlammen en dreigende duivels, op een Tau-stad leunend, een rozenkrans in de hand en een varken aan zijn voeten: wie anders kan dit zijn dan Antonius Abt? Voor degenen die bekend zijn met de christelijke iconografie is dit een vanzelfsprekendheid. Maar wat zegt het hen die niet zijn ingewijd in deze symbolentaal? Om de wereld der kunst, waarin velen zich bedienen van de christelijke symboliek, te begrijpen, is het een absolute vereiste om te beschikken over kennis van deze beeldtaal. Zonder de sleutel tot begrip kunnen dieperliggende structuren zich immers niet aan de beschouwer openbaren. Het is heden ten dagen echter niet zo voor de hand liggend dat elke kunsthistoricus deze symboliek tot zijn basiskennis mag rekenen.

De iconografische duiding van christelijke beelden werd uitgebreid besproken op de studie Christelijke Kunst en Iconografie gehouden in oktober 1994. Op deze bijeenkomst lieten verschillende sprekers hun licht schijnen over christelijke voorstellingen en hun inhoud. Op deze studiedag werd een zestal lezingen gepresenteerd. Vier bijdragen hebben hun neerslag gevonden in het vierde nummer van Desipientia – Zin en waan.

Inhoud

Servus Gieben, “Christelijke iconografie: Problemen en oplossingen”, pp. 4-11.

Jos Koldeweij, “Van Maastricht naar Mnisech: Karel Screta’s Servatius uit 1654”, pp. 12-16.

Christian Tümpel, “Een Bourgondisch menu”, pp. 17-24.

Bert Treffers, “Het bloed is er al, de inktpot is open, vooruit Augustinus!: Huilen, branden en vliegen in de Romeinse Barok”, pp. 25-33.

Herman Tibosch, “Slotakkoord: De Wachter”, pp. 34-35.

Meer