Cycli en reeksen

Cycli en reeksen | Desipientia

Cycli en reeksen
Jaargang 14, nr. 1.

Cycli en reeksen

Beelden, denkbeeldig of beeldend, kunnen over de tijd op verschillende manieren tot ons komen. Die beelden, of ze nu kunstzinnig of kunsthistorisch zijn, zeggen hoe dan ook iets over onze belevingswijze en hoe wij de wereld willen ordenen. En de beleving van de wereld laat zich vaak vatten in een verloop binnen een tijdsbestek of in een niet-chronologisch systeem. Zo kan een verhaal of handeling niet alleen in één beeld worden gevat, maar bijvoorbeeld ook, als een proces, in een reeks beelden die stap voor stap een gebeurtenis uit de doeken doet. De polyptiek, bijvoorbeeld, kan louter worden opgevat als vermeervoudiging van het eenluikige altaarstuk, maar ook als een opdeling van een verhaal in meerdere akten. Ook kan men een veelluik opvatten als een explicitering van een ander ordeningsprincipe, waarbij niet de chronologie de verbanden legt, maar de typologie.

De gedachte dat een verhaal een kop en een staart heeft, hangt samen met de teleologische aspecten van de christelijke theologie. Nietzsche zag in dit christelijke en doelgerichte tijdsbegrip een Apollinische daad, terwijl de Antieke tijdsopvatting juist van een cyclus uitging. Deze Dionysische benadering, die in zekere zin een tegenpool is van de christelijke, benadrukte juist de herhaling van tijd in maanden en seizoenen in opkomst en verval. Deze eeuwige wederkeer vond ook weerklank in de beeldtraditie: een cyclische tijdsopvatting komt veelvuldig terug in de Griekse mythologie. Maar denken christenen dan meer in reeksen? Passiecycli op muren van christelijke bouwwerken hebben inderdaad te maken met de doelgerichter heilsgeschiedenis, in zoverre lijkt het opmerkelijk om van passiecycli te spreken. Dat de passie van Christus binnen het kerkelijke jaar een terugkerend fenomeen is, verwijst wél naar een cyclus. De behoefte van de mens om herhaling te integreren in de kalender, duidt misschien op een Dionysisch overblijfsel: een onuitwisbare neiging om wijn bij het water te doen.

Inhoud

Stephan T.A.M. Mols, “Negen Muzen en Zeven Wijzen: Spelen met getallen in de Oudheid”, pp. 4-7.

Jan van Laarhoven, “Cycli en reeksen in de middeleeuwse kunst”, pp. 8-14.

Svenja Bossmann & Anneke Welle, “Bestemd voor de eeuwigheid: De getijdenboeken uit de collectie Soeterbeeck”, pp. 16-19.

Céline Rouvroye, “Triomfantelijk vertoon: Triomf en ironie in de fresco’s van Amico Aspertini in Lucca”, pp. 21-26.

Thomas Baumeister, “Lebensprozess und Form: Gedanken zu Georg Simmels Rembrandtdeutung”, pp. 27-30.

Matthijs Ilsink, “Rembrandt in the Jungle”, pp. 32-35.

Elbrig de Groot, “Beautiful sea: De verzamelde werken van Bas Jan Ader”, pp. 37-42.

Het Nijmeegs Kunsthistorisch Onderzoek 2006: Dissertaties, Publicaties, Doctoraal-, Master- en Bachelorscripties: in de Kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, pp. 45-48.

Meer