De waarnemer

De waarnemer, nr. 2 2007 | Desipientia

De waarnemer
Jaargang 14, nr. 2.

De waarnemer

In de videoclip Losing My Religion van R.E.M. uit 1991 treffen we naast de bandleden in een lege kamer en Hindoe-thema’s, ook citaten uit de christelijke beeldende kunst aan. Het meest opvallende fragment van deze wereldclip is wellicht het moment dat de discipel Thomas, genaamd Didymus, zijn vinger in de gapende wond van Christus steekt (Joh. 20: 24-29). De Indiase filmmaker Tarsem Singh richtte hier zijn pijlen op de vaak gekopieerde Ongelovige Thomas van de Italiaanse kunstenaar Caravaggio (15571-1610). Caravaggio laat Thomas haast uit het beeldvlak vooroverbuigen en hoewel de vinger reeds het geloof doet vermoeden, kijkt de discipel voorbij de wond. Het gaat hier eerder om een technische omissie, dan om een spitsvondig spel met het Bijbelverhaal: toch is het een aardig detail. Als een vroege positivist vertrouwt Thomas op zijn eigen ogen. Hierin staat hij niet alleen. Caravaggio plaatst nóg twee ongelovige medestanders in het beeldvlak, die samen met de protagonisten wat betreft de koppen een prachtige geometrie vormen. De evangelist Johannes maakt er gewag van dat Jezus ‘nog wel andere tekenen voor de ogen zijner discipelen gedaan heeft’ (Joh. 20: 30-31). Blijkbaar moest iedereen het eerst nog maar eens zien! Tot zover deze korte exegese en terug naar de videoclip van R.E.M. Singhs vingerwijzing naar Caravaggio, en in indirecte zin dus naar het bijbelverhaal zelf, is een mooi voorbeeld van intertekstualiteit, daar hij niet louter kopieert, maar aanvult. Is Thomas in de eerste scène nog gericht op de wond in de zij van Christus, in de volgende scène wendt de ongelovige zich naar de camera. Waar Thomas eerst alleen met zijn metgezellen toeschouwer is, daar worden wij, als kijker van de clip, later mede toeschouwer. Dat waren we uiteraard al, maar nu zijn we ons bewust van het schouwspel, van het feit dat Thomas ons aankijkt en hij als het ware een nieuwe dialoog start. Zien is dus niet geloven, want dan wordt het weten, maar zien is zien. Een bewust zien van datzelfde zien.

Niet alleen Caravaggio en Singh zijn zich bewust van de rol die de beschouwer speelt in hun werk, ook de redactie van Desipientia onderkent het niet te onderschatten belang van de waarneming van kunst. ‘De waarnemer’ staat daarom centraal in dit najaarsnummer.

Inhoud

Bram de Klerck, “Over de schouder van Gabriël, in de huid van Maria: De participerende beschouwer in de schilderkunst van de renaissance”, pp. 4-8.

Charles de Weert, “Wat kleine variaties kunnen doen”, pp. 9-13.

Annemarie van den Berg, “Helio Oiticica: Van participatie tot creatie”, pp. 15-19.

Rudie van Leeuwen, “Luister in het duister: De perceptie van vroegnederlandse schilderkunst in Italië”, pp. 20-26.

Jill Bradley, “The eye of the beholder: Religious art and its medieval audience”, pp. 28-33.

Ronald de Boer, “De waarneming van de beschouwer waargenomen”, pp. 34-37.

Sander Erkens, “Ars Moriendi: De kunst van het sterven”, pp. 39-43.

Rudie van Leeuwen, “Korte Nijmeegse Bijdragen: Portretten op een contrareformatorisch altaarstuk: Wouter Pietersz. Crabeths Tenhemelopneming van Maria uit 1628”, pp. 44-45.

Bram de Klerck, “Boekbespreking: TimmersWerk”, pp. 46-47.

Meer