Eenheid in verscheidenheid

Eenheid in verscheidenheid | Desipientia

Eenheid in verscheidenheid
Jaargang 5, nr. 1.

Eenheid in verscheidenheid

“De veelheid die zich niet tot eenheid verheft, is verwarring; de eenheid die niet van de veelheid afhankelijk is, is tirannie”, heeft Blaise Pascal (1623-1662) eens geschreven. De woorden van deze Franse filosoof kunnen zonder veel moeite op de inhoud van Desipientia – zin & waan worden geprojecteerd. Juist de verscheidenheid vormt de eenheid van het tijdschrift. De redactie heeft in de voorbije vijf jaren gepoogd zoveel mogelijkheid draagt bij aan een toegankelijk karakter en een open mentaliteit. De eenheid binnen Desipientia – in & waan wordt gevonden in de afzonderlijke tijdschriften. Waar bijvoorbeeld in de ene uitgave een bepaald tijdvak centraal staat, wordt in een ander nummer een specifieke kunstdiscipline benadrukt. Binnen de diversiteit aan kunstuitingen ligt ditmaal het zwaartepunt op onze eigen eeuw. De eenheid van tijd is de meest opvallende overeenkomst tussen het merendeel van de bijdrage.

Van schilderkunst tot kunstnijverheid, van architectuur tot beeldhouwkunst, van museumpresentaties tot fotografie; al deze aspecten van de beeldende kunst zijn in dit nieuwe nummer vertegenwoordigd.

Inhoud

Feico Hoekstra, “Kunstbroeders en zielgenoten: Over Louis Couperus en Pier Pander”, pp. 4-11.

Lieske Tibbe, “De eeuw van Blokker en de creatieve jaren van Metz: Onderscheid moet er zijn”, pp. 12-15.

Annemarieke Willemsen, “Het spel van de maand: Speelse kalenders in laatmiddeleeuwse getijdenboeken”, pp. 16-22.

Sigrid Vegter, “In scène gezet”, pp. 23-27.

Rebecca Timmermans, ““It’s what it is when it’s done”: Het beeldhouwatelier van Henry Moore”, pp. 27-33.

Constant Cuypers, “Het favoriete kunstwerk van…”, pp. 34-35.

Marcella Loosen-De Bruin, “Antoon Molkenboer (1872-1960): Een in de vergetelheid geraakte kunstenaar?”, pp. 36-40.

Jan Vredenberg, “Van kathedralen tot barakken: Zendstations voor overzeese communicatie omstreeks 1920”, pp. 41-45.

Het Nijmeegs kunsthistorisch onderzoek 1997, pp. 46-48.

Herman Tibosch, “Van Slag”, pp. 49-50.

Meer