En Paul Le Blanc zag dat het goed was

En Paul Le Blanc zag dat het goed was | Desipientia

En Paul Le Blanc zag dat het goed was
Jaargang 1, nr. 1.

Uitverkocht

En Paul le Blanc zag dat het goed was

En Paul le Blanc zag dat het goed was. Na bijna twintig jaar verbonden te zijn geweest als docent Kunstgeschiedenis van de middeleeuwen aan het Kunsthistorisch Instituut van de Katholieke Universiteit te Nijmegen, heeft Paul le Blanc afscheid genomen als staflid. Hij heeft ingespeeld op de bezuinigingen aan de faculteit der Letteren en zijn baan opgezegd om zich nu fulltime bezig te gaan houden met zijn functie als directeur van de Stichting Kerkelijk Kunstbezit van Nederland. Paul le Blanc heeft een dierbare plek verlaten.

Echter, waar een afscheid is, is ook een begin. Onlosmakelijk met elkaar verbonden in de gestalte van dit blad. Het eerste nummer van Desipientia – zin en waan ziet, na een lange periode van rijping, eindelijk het licht. Een bijzonder intensief scheppingsproces is doorlopen voordat het concept concreet kon worden. Teleurstellingen over het structureel tekort aan geldelijke middelen werden verminderd door het binnenstromen van kopij en de ondervonden morele steun. Beiden gaven een sprankje hoop op de levensvatbaarheid van deze periodiek. Nu is de geboorte een feit.

Dit nummer is gewijd aan Paul le Blancs afscheid. Het is een tastbare herinnering geworden aan een zeer gewaardeerde collega en docent. Zijn vertrek mocht niet onopgemerkt voorbij gaan. Vandaar dat het idee ontstond om collega’s van Paul le Blanc en de bij hem afgestudeerden te benaderen voor het schrijven van een wetenschappelijk artikel dat het schitterende duister van de middeleeuwen moest omvatten. Tijdgebrek noodzaakte enkelen niet in te gaan op het initiatief. Tien personen daarentegen zijn bewonderenswaardig bereidwillig gebleken. Zij zijn het die dit tijdschrift hebben voorzien van inhoud, hetzij wetenschappelijk, hetzij persoonlijk. Elk artikel is verworden tot een weerspiegeling van de relatie tussen Paul le Blanc, de middeleeuwen en de auteur.

Inhoud

Kees Woestenburg, “Mijmeren bij Sint Salvius”, pp. 6-7.

Wieneke Weusten, “Het raadsel van Bathmen en Maastricht: Over de gruwelijke marteling van een onbekende bisschop”, pp. 8-12.

Harry Tummers, “Kunsthistorische adviezen bij restauraties van polychrome houtsculptuur", pp. 13-15.

Joost op ’t Hoog, “Bourgondië 1984”, pp. 15-17.

Ans Toelen, “Een crucifix te Gaesdonk: Kopie of model?”, pp. 18-22.

Jolanda Janssen-Daniëls, “Het oude vaandel van de Schutterij Sint Salvius te Limbricht”, pp. 23-24.

Ingrid Wichers, ‘’De Christophorusvoorstelling te Noordbroek (Groningen)’’, pp. 25-28.

Jean-Pierre van Rijen, “Andere monniken, andere kappen: Johans Isings’ schoolplaat-versies van een scriptorium”, pp. 29-34.

Mieke van Zanten, “Paul le Blanc: Docent, directeur en redacteur”, pp. 35-37.

Jos Koldeweij, “Erasmus over wandschilderingen en Servatius in Zutphen”, pp. 38-41.

Meer