Hedendaagse glas-in-loodramen in historische monumenten

Hedendaagse glas-in-loodramen in historische monumenten | Desipientia

Hedendaagse glas-in-loodramen in historische monumenten
Jaargang 10, nr. 2.

Hedendaagse glas-in-loodramen in historische monumenten

Wanneer het woord ‘hedendaags’ aan ‘glas-in-lood’ gekoppeld wordt, bestaat het risico dat de kunsthistorische aandacht direct verslapt. Het onovertroffen hoogtepunt van deze kunsttak ligt immer in een ver verleden – met de Romaanse en gotische ramen uit Chartres, Bourges en Parijs. Wanneer hierbij het accent op onze en vorige eeuw valt, komen ons slechts zoete ramen uit de kerk waar we als kind de mis bijwoonden voor ogen en die hebben nu eenmaal niet veel met kunst van doen.

Initiatieven op het vlak van hedendaags glas-in-lood lijken kunsthistorische aandacht te vragen noch te verdienen. Is het bijgevolg begrijpelijk dat de kunstwetenschap met andere onderwerpen bezig is, intussen zou het van een zekere bevooroordeeldheid en wetenschappelijke bevangenheid getuigen niet te zien dat Nijmegen zich op het gebied van hedendaags glas-in-lood roert. Ter gelegenheid van de Nationale Monumentendag in 1997 maakte de Gemeente Nijmegen een eerste inventarisatie van wat in de stad aan glas-in-lood aanwezig is, en presenteerde deze onder de redactie van Ernst van Raaij (kunsthistoricus) en Anthonie Koolen (glazenier) in het boek Glazenierskunst in Nijmegen – een kleurrijke geschiedenis. Of het allemaal kunstwerken zijn, blijft nog de vraag. De inzet, voorjaar 1998, was artistieker, toen Studium Generale (Katholieke Universiteit Nijmegen) kartons en een paar proeframen van de Franse kunstenaar Gérard Garouste, ontworpen voor een gerestaureerd gotisch kerkje in Talant bij Dijon, op de campus tentoonstelde. Een jaar later waren de kartons en enkele proefpanelen in glas-in-lood van de niet minder toonaangevende Franse kunstenaar Jean-Michel Alberola in de tentoonstellingsruimte van het UMC st. Radboud aan de beurt. De eigenlijke ramen zijn te zien in het Romaanse transept van de kathedraal van Nevers. En een derde luik betrof de kartons voor een kerkje in Bretagne van de hand van Nicholas Fédorenko. Toen ter gelegenheid van vijftig jaar academische gezondheidszorg in Nijmegen, september 2001, het UMC St Radboud en de KU Nijmegen aan de bevolking een geschenk gaven, was het dan ook niet verwonderlijk dat het twee ramen voor de Sint-Stevenskerk waren. En natuurlijk ontworpen door een vooraanstaand kunstenaar: Marc Mulders. Deze ramen worden op 12 september, twee jaar na hun inauguratie, nog eens speciaal onder de aandacht gebracht tijdens een symposium georganiseerd door de Commissie Beeldende Kunst KU Nijmegen & UMC St Radboud. In een ruimere context van hedendaags glas-in-lood gesitueerd, worden Mulders ramen wel degelijk artistiek belicht. Niet alleen omdat het symposium in Museum Het Valkhof te Nijmegen plaatsvindt, maar tevens omdat ze impliciet geconfronteerd worden met de ramen van François Rouan. Deze gerenommeerde hedendaagse Franse schilder houdt er een voordracht over zijn ramen in Nevers, Castelnau-Le-Lez en Montrond.

Desipientia – zin & waan heeft van de gelegenheid gebruik gemaakt om de misvatting dat hedendaags glas-in-lood geen kunst zou kunnen zijn, uit de weg te ruimen.

Inhoud

Kim Uittenhout, “Vreemde eend of digitale wegbereider?”, pp. 4-10.

Daan Van Speybroeck, “Hedendaags glas-in-lood als kunst: Bespiegelingen bij de Franse situatie”, pp. 12-19.

Fons Asselbergs, “Glas tegen het licht”, pp. 21-30.

Wouter Weijers, “Afgewezen: Brice Mardens ontwerpen voor de ramen van het koor van de domkerk in Basel”, pp. 25-30.

Christine Blanchet-Vaque, “Het glas-in-loodproject van Markus Lüpertz in de kathedraal van Nevers: Het verhaal van een gemiste dialoog”, pp. 31-34.

Georges Duby, “De tijd van de kathedralen: Kunst en maatschappij 980- 1420”, pp. 35-37.

Georges Duby, “Jean-Pierre Raynaud”, pp. 38-41.

Jan van Lier, “Eeuwenlange christelijke beeldtraditie samengesmolten in gloednieuw glas: Iconografie van Marc Mulders’ ramen in de Sint-Stevenskerk te Nijmegen”, pp. 42-48.

François Rouan, “De kapel van Montrond”, pp. 49-51.

Grootendorst & Van den Berg, “Ze hebben ogen”, pp. 52-55.

Meer