Het meesterwerk

Het meesterwerk | Desipientia

Het meesterwerk
Jaargang 13, nr. 2.

Het meesterwerk

Wat is een meesterwerk? En ‘Wat maakt een kunstwerk tot een meesterwerk?’ zijn eigenlijk twee ongelijksoortige vragen die niet tegelijkertijd kunnen worden beantwoord. Toch overlappen beide vragen elkaar ook ten dele. In 1593-1594 graveerde Hendrick Goltzius zes voorstellingen uit het leven van de Maagd in de stijl van de Italiaanse kunstenaars, Lucas van Leyden en Albrecht Dürer, die bekdnstaan als de Meesterstukjes. Het gaat hier niet om vervalsingen, maar om emulaties bedoeld om zijn kunnen en veelzijdigheid te tonen, vooral aan hen die door deze mascarade konden heenzien: de kenners. Goltzius’ prentenreeks was dus een proeve van bekwaamheid en als zodanig vegelijkbaar met een meesterstuk dat een gezel vervaardigde om als nummer te worden toegelaten tot het gilde.

Is een écht meesterwerk dan alleen zichbaar voor het ware kennersoog? Het is immers de kunst de kunst te verbergen – Ars est celare artem. (Wat moeilijk is, makkelijk doen ogen, dat is het ware meesterschap.) Een echte meester tract dus zijn meesterschap zo veel mogelijk te verhullen en daarvan getuigd bijgevolg zijn werk. Hierdoor zien we ons haast gedwongen de aard van het “meesterwerk” even verhullend te verwoorden. Een echte definitie ervan kunnen we onmogelijk geven binnen het bestek van dit themanummer. Een grondige analyse van begrip en fenomeen vergt op zijn een boek. Desalniettemin hebben de auteurs van dit nummer een poging gewaagd om uiteen te zetten wat er volgens hen onder “het meesterwerk” begrepen kan worden.

Inhoud

Matthijs Ilsink en Arvi Wattel, “Hét Meesterwerk”, pp. 4-7.

Hessel Miedema, “De meesterproef”, pp. 8-11

Mariëtte Verhoeven, “Het ‘verdwenen meesterwerk': het absismozaïek van de San Michele in Africisco in Ravenna’”, pp. 12-15.

Bram de Klerck, “Het oog van de meester: Aspecten van atelierspraktijk en kunstenaarsopleiding in renaissance Italië”, pp. 16-21.

Jan van der Lubbe, “Ook een meesterwerk is uiteindelijk niets meer dan een bak getallen...”, pp. 22-26.

Maurice Wery, “Het Lam Gods Retabel: een politiek meesterwerk?”, pp. 29-32.

Hildelies Balk, “Meesterwerk door reputatie: het belang van de hogepriester in de cultus rond een kunstenaar”, pp. 34-39.

Renout Robbertz, “St. Benedictusberg: Architectuur voor feilbare wezens”, pp. 40-43.

Marion van der Meer, “Meesterwerken in de twintigste eeuw”, pp. 44-48.

Meer