Het Nederlands interieur

2010-2

Het Nederlands interieur
Jaargang 17, nr. 2.

Het Nederlandse interieur

Sinds jaar en dag woont, werkt en leeft de mens voornamelijk in afgesloten ruimten. Aan de interieurs van deze woonruimten en openbare ruimten wordt vaak veel aandacht geschonken. Bovendien zijn deze interieurs tot op de dag van vandaag onderhevig geweest aan de invloed van de veranderende mode en diverse kunststromingen. Overgeleverde historische interieurs en hun traceerbare ontwikkelingen zijn nu vooral waardevol voor kunst- en cultuurhistorisch onderzoek, want deze interieur geven vaak unieke en karakteristieke beelden van bepaalde perioden en culturen. Zo bieden intact gebleven inrichtingen van woonhuizen vaak een kijkje in de smaak, behoeften en gebruiken van particulieren en geven de interieurs van openbare ruimten inzage in de eigenschappen van een bepaalde samenleving.

Alleen al het Nederlands interieur wordt gekenmerkt door een grote verscheidenheid aan soorten en stijlen: genoeg redenen om dit najaarsnummer van Desipientia volledig te wijden aan dit thema. In dit nummer hebben we ervoor gekozen om verschillende, specifieke facetten van het Nederlandse interieur te belichten. Hierbij worden minder bekende elementen uit dit interieur geplaatst naast aspecten die wereldwijd aan Nederland en het Nederlandse interieur worden verbonden. Deze keuze heeft geleid tot een gevarieerde selectie artikelen waarin zowel toegepaste kunst, als schilderkunst, architectuur en de huidige praktijk omtrent het Nederlandse interieur aan bod komt.

Inhoud

Marion van Aken-Fehmers, ‘Van alle soort, gemeen en best’: Delfts aardewerk in het Hollandse interieur (1600-1800)", pp. 4-9.

Johan de Haan, "Hoe ‘Hollands’ was het Groninger interieur?", pp. 10-13.

Steven Coene en Jorien Jas, "Afscheid van een atelier: De werkruimte van Emma Maria Dorothea Lüps (1889-1957) op kasteel Biljoen bij Velp", pp. 14-17

Agnes Hemmes en Wijnand Bloemink, "De Hindelooper Kamer in Sneek – een voorbeeld van ‘commerciële volkscultuur’", pp. 18-22.

Lidwien Schiphorst, "Enkele minder bekende interieurontwerpen van Pierre Cuypers", pp. 24-27.

Aren Geerling, "Vooraanstaande architecten-ingenieurs: De laatnegentiende-eeuwse theaters van Frits en Dolf van Gendt", pp. 28-31

Sylvette Terwindt, "’t Binnenhuis", pp. 32-34.

Eloy Koldeweij, "De aandacht voor historische interieurs in Nederland, een vogelvlucht vanuit historisch perspectief", pp. 35-40.

Anna Koldeweij, "Een vaderlijke vermaning, een chic bordeel of een galante conversatie? De betekenis van een interieur met genrescène door Gerard ter Borch (1617-1681)", pp. 41-44.

Gary Schwartz, "Love in the huiskamer", pp. 45-47.

Het Nijmeegs Kunsthistorisch Onderzoek 2009, Master- en Bachelorscripties: Kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, pp. 48-49.

Meer