IJdele schoonheid en aardse vergankelijkheid

IJdele schoonheid en aardse vergankelijkheid | Desipientia

IJdele schoonheid en aardse vergankelijkheid
Jaargang 4, nr. 2.

Uitverkocht

Inhoud

Feico Hoekstra, “Kunstbroeders en zielgenoten: Over Louis Couperus en Pier Pander”, pp. 4-11.

Lieske Tibbe, “De eeuw van Blokker en de creatieve jaren van Metz: onderscheid moet er zijn”, pp. 12-15.

Annemarieke Willemsen, “Het spel van de maand: Speelse kalenders in laatmiddeleeuwse getijdenboeken”, pp. 16-22.

Sigrid Vegter, “In scène gezet”, pp. 23-27.

Rebecca Timmermans, ““It’s what it is when it’s done”: Het beeldhouwatelier van Henry Moore”, pp. 27-33.

Constant Cuypers, “Het favoriete kunstwerk van…”, pp. 34-35.

Marcella Loosen-De Bruin, “Antoon Molkenboer (1872-1960): Een in de vergetelheid geraakte kunstenaar?”, pp. 36-40.

Jan Vredenberg, “Van kathedralen tot barakken: Zendstations voor overzeese communicatie omstreeks 1920”, pp. 41-45.

Het Nijmeegs kunsthistorisch onderzoek 1997, pp. 46-48.

Herman Tibosch, “Van Slag”, pp. 49-50.

Meer