In de kinderstoel; kunstenaars en hun kinderen

2013-2

In de kinderstoel; kunstenaars en hun kinderen
Jaargang 20, nr. 2.

In de kinderstoel: kunstenaars en hun kinderen

Met dit nummer, het laatste nummer van deze jubileumjaargang, wil Desipientia weer expliciet de band met de opleiding, haar studenten en oud-studenten aanhalen en versterken. De redactie van het tijdschrift wil daarom weer meer aandacht gaan geven aan het kunsthistorisch onderzoek dat aan de Radboud Universiteit wordt verricht. Daarbij willen we vooral ook studenten, recent afgestudeerden en gepromoveerden de kans geven hun onderzoek in Desipientia te publiceren. Uiteraard wordt ook een gedeelte van de uitgave nog steeds aan een thema, ditmaal: In de kinderstoel: Kunstenaars en hun kinderen.

Kijken binnen de kunstgeschiedenis, lijken veel kunstenaars eigenzinnige figuren te zijn geweest die zich soms juist zover mogelijk van de gewone wereld wilden verwijdden. Maar doorgaans waren kunstenaars niet zulke bohemiens. De kunst was hun werk en met hun werk onderhielden ze vaak een gezin, dat geregeld als inspiratiebron diende. Er zijn talloze voorbeelden van portretten gemaakt door een kunstenaar van zijn of haar familieleden. Zoals in vele beroepen zien we ook in het kunstenaarschap dat kinderen in de voetsporen van hun vader of moeder treden. Soms gebeurt dit zelfs gedurende meerdere generaties.

Inhoud

Volker Manuth, “Kunstenaars kroost: De zonen van Rubens en Rembrandt geschilderd door hun vaders”, pp. 4-9.

Wouter Weijers, “Tussen naïviteit en reflectie: Gerhard Richters Moritz”, pp. 10-16.

Rob Smolders, “Wat was vader weer legendarisch: Een vader en twee zonen Wiegersma in de kunst”, pp. 17-21.

Evelien Dekker, “”Not every image I paint was inspired by her though”: Dochter Helena in het werk van Marlene Dumas”, pp. 22-27.

Willy Piron, “Faun: van dia naar PowerPoint: De diacollectie van de opleiding Kunstgeschiedenis gedigitaliseerd en online”, pp. 28-32.

Annemiek van Herk, “Ik zie, ik zie, wat jij niet zit…: Een onderzoek naar het interpretatievermogen van kinderen”, pp. 33-36.

Anna Lamers, “Picasso en de Ballet Russes: Parade als keerpunt van oost naar west”, pp. 37-39.

Wouter van Hest, “Utopieën voor beleving; laboratoria voor architectuur: De folly in de Engelse landschapstuin”, pp. 40-43.

Renilde Vervoort, “Hekserijvoorstellingen in de Nederlanden en de invloed van Pieter Bruegel de Oude”, pp. 44-48.

Meer