Jan van Eyck, de Vlaamse primitieven en het Zuiden

Jan van Eyck, de Vlaamse primitieven en het Zuiden | Desipientia

Jan van Eyck, de Vlaamse primitieven en het Zuiden
Jaargang 9, nr. 1.

Jan van Eyck, de Vlaamse primitieven & het Zuiden

Dit voorjaar wordt in Brugge – culturele hoofdstad van Europa – de prestigieuze tentoonstelling Jan van Eyck, de Vlaamse primitieven en het Zuiden. Grootmeesters ontmoeten elkaar (1430-1530) gepresenteerd. Deze show, die uitvoerig aandacht besteed aan de culturele relaties tussen Vlaanderen en Zuid-Europa in de vijftiende en vroege zestiende eeuw, staat niet op zichzelf, maar is direct te relateren aan een kleine reeks exposities die in de voorbije jaren aan de artistieke wisselwerkingen tussen het Mediterrane gebied en het Noorden werden gewijd. Hoogtepunten waren in 1999 de tentoonstelling Il rinascimento a Venezia e la Pittura del Nord in Palazzo Grassi te Venetië – samengesteld door Bernard Aikema (KU Nijmegen) en Beverly Brown – en in 2001 El Renaicimiento Mediterráneo: viajes de aristas e itinerarios de obras entre Italia, Fracia y España en el siglo XV door Mauro Natale in het Museo Thyssen-Bornemisza te Madrid en het Museu de Belles Arts te Valencia.

De belangrijke rol die de Vlaamse schilderkunst in de vroegmoderne tijd in Europa innam, kan niet genoeg worden benadrukt, zo moge blijken uit de bijdragen aan dit themanummer van Desipientia – zin & waan.

Inhoud

Karin van Lieverloo, “Les Primitifs Flamandes et l’Art Ancien: Toonaangevende expositie in Brugge in 1902”, pp. 4-11.

Jos Koldeweij, “Een onvoltooid heiligenleven of een onvoltooid schilderij?: Vorm en inhoud bij de Heilige Barbara van Jan van Eyck te Antwerpen”, pp. 12-14.

Michael Rohlmann, “Italien und Jan van Eyck”, pp. 15-23.

Bernard Aikema, “Antonello da Messina door de eeuwen”, pp. 24-29.

Hiroshige Okada, ““Flemish anachronism” in sixteenth and seventeenth century Sevillian Painting”, pp. 30-35.

Linda Jansen, “Lanceloot Blondeel en De generale reglen der architecturen van Pieter Coecke van Aelst”, pp. 36-41.

Matthijs Ilsink, ““Armzalig is de geest die slechts werkt met vondsten van anderen, en zelf niets nieuws weet te bedenken”: Over de functie van tekeningen van Jheronimus Bosch, zijn omgeving en navolgers”, pp. 42-47.

Doctoraalscripties in de Kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universiteit Nijmegen 2000-2001, p. 48.

Meer