Kunst en techniek

Kunst en techniek, najaar 2009

Kunst en techniek
Jaargang 16, nr. 2.

Kunst en Techniek

Kunst en techniek. Twee woorden die ogenschijnlijk weinig met elkaar van doen hebben. Soms lijken ze elkaar zelfs op te heffen. Een technisch hoogstaande constructie wordt immers niet primair op zijn artistieke kwaliteiten beoordeeld, terwijl de kunst – voor het gemak omwille van de kunst zelf – zo nu en dan zelfs in technische gebreken blijft. ‘Goede architectuur lekt’ zegt per slot van rekening veel over de tegenoverstaande waarden die wij toekennen aan kunst en techniek. Toch is het niet geheel vreemd om deze twee gebieden gezamenlijk onder de loep te nemen. Veel aspecten van onderzoek naar kunst vragen immers een specialistische – lees technische – voorkennis, die om begrijpelijke redenen niet altijd in de woordenschat van de kunsthistoricus terug te vinden is.

Dit nummer had ook ‘Techniek en Kunstgeschiedenis’ kunnen heten, omdat de redactie de toenemende mogelijkheden van techniek, maar vooral ook het nut ervan voor de kunsthistorisch onderzoek in kaart wilde brengen. Vooral de ontwikkelingen binnen de digitale techniek zullen meer en meer voor ons van belang zijn. Een bijzondere kruisbestuiving tussen natuurwetenschappers, software-specialisten en kunstwetenschappers ligt dan ook in het vizier.

Van oudsher is de kunsthistoricus direct dan wel indirect betrokken geweest bij het vergankelijkheiddsproces van kunst. Luceberts dichtregel “Alles van waarde is weerloos” uit 1974 is immer juist van toepassing op kunst, op al wat gemaakt is. De huidige kennis en mogelijkheden binnen de restauratiepraktijk kunnen het verouderingsproces van kunst echter vaak op een fascinerende wijze vertragen of uitstellen. De bijzondere – maar niet altijd even efficiënte – wisselwerking tussen kunsthistorici, restauratoren en natuurwetenschappers is dan ook van belang voor een degelijk begrip en behoud van kunst.

Inhoud

Eric Postma, “Digitaal gereedschap voor kunsthistorici”, pp. 4-6.

Marjolijn Kruip, “GISwerk: Bedevaartsouvenirs, het Bossche Mirakelboek en de Brugse Wegwijzer”, pp. 7-11.

René van Horik, “Informatietechnologie en kunstgeschiedenis: Het belang van digitale duurzaamheid”, pp. 12-13.

Lisette Vos, ‘De ontrafeling van het kunnen: Technische kunstgeschiedenis, een bundeling van disciplines”, pp. 14-16.

Susanne Kensche, “Tijdelijk bedoeld, voor de eeuwigheid bewaard?!: WD-Spiral Part One CINEMA (2001) van Hermann Maier Neustadt”, pp. 18-22.

Jaap J. Boon, “Material aspects of Mark Rothko’s Seagram Mural paintings”, pp. 23-28.

Petria Noble, “Altered formats of Rembrandt paintings: Use of documentary evidence and technical examination for determining original format”, pp. 29-33.

Lydia Beerkens & Sami Supply, “VII Back to the Future: De restauratie van de Umbilly I van Panamarenko”, pp. 34-37.

Nijmeegse Bijdragen

Anne van Grevenstein, “Conserveren en cultiveren: Grondslagen voor het behoud van cultureel erfgoed, de moeizame omgang met een paradox. Een debat over het spanningsveld tussen het behoud van historische waarde en de vrijheid van de gebruiker”, pp. 39-43.

Bram de Klerck, "Christian Tümpel (1937-2009), Im Memoriam", p. 44.

Het Nijmeegs Kunsthistorisch Onderzoek 2008: Publicaties, Master- en Bachelorscripties Kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, pp. 45-48.

Meer