Lang leve de koninklijke kunst!

2013-1

Lang leve de koninklijke kunst!
Jaargang 20, nr. 1.

Door de eeuwen heen hebben de Oranjes niet alleen opdrachten verleend aan talloze kunstenaars, architecten en handwerkslieden, maar evenzeer hebben zij indirect de kunst gestimuleerd. Portretten van hen werden geschilderd ten behoeve van overheidsgebouwen. Prenten en penningen, en in een latere periode foto’s, werden gemaakt om te worden verspreid onder hun sympathisanten – of wanneer het om een negatieve beeldvorming ging onder hun tegenstanders. In dit nummer van Desipientia staan de Oranjes en enkele aanverwanten centraal: als verzamelaar, als opdrachtgever of als ‘onderwerp’. Tevens wordt er stilgestaan bij het overlijden van prof. dr. C.J.A.C. Peeters (1931-2013), hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit van 1984 tot 1992.

Inhoud

Johan ter Molen, Voorwoord, p. 3

Quentin Buvelot, Nederlands eerste museum: de Galerij Prins Willem V in Den Haag, pp. 4-8

Wolfgang H. Savelsberg, Die Bilder Gallerie im Schloss Mosigkau als Ort dynastischer Repräsentation, pp. 9-16

Femy Horsch, De kunstverzameling van koning Willem II in Den Haag; een reconstructie aan de hand van de werken van Augustus Wijnantz, pp.17-23

Yvette Driever, Elizabeth Stuart (1596-1662): een internationale garderobe, pp. 24-25

Jan Pelsdonk, 30 april 1909: geboorte van een traditie, pp. 26-29

Heleen Regenspurg, Koninklijke glasserviezen; Een korte reflectie op twee serviezen die in opdracht van het Koninklijk Huis zijn gemaakt, pp. 30-32

Joost Op ‘t Hoog, Voortdurende verandering; de vele gedaanten van het Paleis-Raadhuis in Tilburg, pp. 33-37

Bram de Klerck, Kees Peeters (1931-2013), pp. 38

Meer