Recycling

Recycling | Desipientia

Recycling
Jaargang 11, nr. 2.

Recycling

Het kleine meisje legt haar hand beschermend op de schouder van de soldaat. De soldaat knielt bij het monument van zijn overleden kameraden. Dit moment vol gezwollen symboliek werd gemaakt door de Irakese kunstenaar Kalat. Een kunstenaar die tijdens het regime van Saddam Hoessein voor de dictator werkte. Na de val van Saddam smolt hij drie bronzen bustes van de dictator om tot dit monument voor de gevallen Amerikaanse soldaten. Was de boodschap nog niet duidelijk vanwege de platte symboliek, dan wordt zij het nu zeker wel. Het recyclen van het brons geeft het nieuwe beeld een extra symbolische en politieke lading. Natuurlijk is dat niet nieuw. Michelangelo had nog maar net zijn bronzen beeld voor paus Julius II tegen de façade van de San Petronio in Bologna geplaats (1508) of de Bentivoglio heroverden (met de Fransen) de pauselijke stad en haalden het beeld naar beneden (1511). Het jaar daarop laat Alfonso I, hertog van Ferrara en gewezen vijand van de paus, het beeld omsmelten tot een kanon en doopt het La Giulia. Over krijgssymboliek gesproken, Ferrara zelf blijft ook niet gespaard voor dit soort praktijken: als de troepen van Napoleon eind achttiende eeuw de stad bezetten, smelten zij op hun beurt de bronzen beelden van Niccolò en Borso d’Este, respectievelijk de grootvader en oom van Alfonso I om in, alweer, kanonnen. Materiaal dat wordt hergebruikt en tegelijkertijd onderdeel is van een duidelijk politiek programma. Binnen de kunstgeschiedenis blijkt er voortdurend sprake van hergebruik. Wat voor de een afval is, is voor de ander een bron van inspiratie. Maar niet alleen materiaal wordt hergebruikt, ook motieven, onderwerpen of ideeën worden recycled. Dit themanummer van Desipientia verdiept zich in dit fenomeen, van de Oudheid tot de moderne tijd.

Inhoud

Rutger Lem, “Picasso’s Scrapheap Challenge: functional fixedness op de vuilstort”, pp. 5-9.

Kees van der Ploeg, “Van veelbetekenende zuil tot betekenisloze pijler: veranderingen in het symbolisch gehalte van de middeleeuwse architectuur”, pp. 10-17.

Eric Moormann, “Troje: van ridderburcht tot virtueel roofslot: Evocaties van de Trojaanse Oorlog in Middeleeuwen, barok en Verlichting”, pp. 18-23.

Marjolijn Kruip, “Hoe stevig staat de Tafelberg?: Op zoek naar de beeldtraditie”, pp. 24-29.

Wouter Weijers, “"Dingen die niet langer zijn wat ze waren": recycling cirkels in het werk van Jasper Johns”, pp. 30-38.

Hanneke van Asperen, “Gebed, geboorte en bedevaart: Genealogie en pelgrimstekens in het getijdenboek D’Oiselet”, pp. 39-46.

Rudie van Leeuwen, “Het religieuze portrait historié in de Zuidelijke Nederlanden”, pp. 47-52.

Charlotte Huiskens, “Cabinet de l’Amour: Het landschap en de liefde”, pp. 53-57.

Volker Manuth, “Het Nijmeegs Kunsthistorisch Onderzoek 2003, Doctoraal- en Bachelorscripties in de Kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen”, pp. 59-62.

Meer