Spiegels en weerspiegelingen

Spiegels en weerspiegelingen voorjaar 2016 | Desipientia

Spiegels en weerspiegelingen
Jaargang 23, nr. 1.

In het dagelijks leven worden we omringd door spiegels. Denk maar aan de badkamerspiegel, de achteruitkijkspiegel en de bewakingsspiegel, maar ook je fototoestel of kopieerapparaat waar spiegels in verborgen zitten. Als gebruiksvoorwerp zijn spiegels tegenwoordig bijna over de hele wereld gemeengoed geworden met als gevolg dat we er nauwelijks meer bij stilstaan. Dankzij de smartphone, een ander gebruiksvoorwerp dat bijna niet meer weg te denken is, lijken mensen ook vertrouwder te raken met hun eigen spiegelbeeld; selfies die massaal worden gemaakt zijn in feite spiegelbeelden die zijn stilgezet. In de kunst van de afgelopen eeuwen heeft de spiegel uiteenlopende functies en betekenissen gehad. Tot op heden is het ook een metafoor: kunstwerken weerspiegelen de tijd waarin ze zijn gemaakt en geven een inkijkje in de sociale, politieke of economische ontwikkelingen uit het verleden.

In de oudheid werden er al spiegels vervaardigd. De oudste exemplaren die bewaard zijn gebleven zijn ongeveer vierduizend jaar oud en afkomstig uit het huidige Irak (Mesopotamië). Deze spiegels zijn rond van vorm en gemaakt van gepolijst koper. Spiegels uit het oude Egypte, Griekenland en later ook het Romeinse Rijk werden op een vergelijkbare manier gemaakt met koper of brons, zijn meestal ook rond van vorm en hebben een bescheiden formaat. Het overgrote deel was voorzien van een handvat en bedoeld als handspiegel. Een groot aantal overgeleverde spiegels, ongeveer drieduizend, is van Etruskische makelij en afkomstig uit de archaïsche periode (circa 800-480 v. Chr.). De Etrusken versierden de achterkant van hun spiegels vaak met graveringen van mythologische voorstellingen.

Rond de veertiende eeuw, nadat het glasblazen is uitgevonden, worden er voornamelijk bolle hand- en wandspiegels van glas gemaakt. Deze spiegels zijn terug te vinden op schilderijen van onder andere Jan van Eyck. Uit andere delen van de wereld waar men het glasblazen nog niet beheerste, zoals in Meso-Amerika waar de Inca’s, Maya’s en Azteken leefden, komen bijvoorbeeld spiegels van obsidiaan (vulkanisch glas). Hoewel in het Westen mannen natuurlijk net als vrouwen in de spiegel keken om het uiterlijk te inspecteren, werd de spiegel vooral beschouwd als een attribuut van de vrouw en als symbool voor zonden, met name ijdelheid. De bolle spiegel wordt echter ook een belangrijk instrument voor kunstenaars, waardoor het bijvoorbeeld gemakkelijker werd om zelfportretten te schilderen. Vanaf ongeveer 1500 wordt de spiegel eveneens afgebeeld als vanitas motief, niet alleen in stillevens maar ook in portretten, zoals het dubbelportret van de schilder Hans Burgkmair en zijn vrouw van Lukas Furtenagel (afgebeeld op de cover). De spiegel wordt in de Middeleeuwen ook veelvuldig gebruikt als metafoor. Een van de bekendste voorbeelden is de omvangrijke Speculum Maius (‘De grotere spiegel’) uit de dertiende van Vincent de Beauvais, een ‘encyclopedie’ die de tot dan toe vergaarde kennis over de wereld weerspiegeld.

Sinds de twintigste eeuw worden spiegels niet alleen gerepresenteerd, maar ook gebruikt als materiaal voor kunstwerken. Een vroeg voorbeeld is Infinity Mirror room: Phalli Field (1965) van de Japanse kunstenaar Yayoi Kusama (sinds 2010 te zien in Museum Boijmans van Beuningen). Na haar zijn het onder andere Dan Graham en Anish Kapoor die dankzij hun reflecterende beelden en installaties bekendheid krijgen. Recentelijk lijken spiegelkunstwerken een ware trend in de hedendaagse kunst. De populariteit komt onder andere naar voren op bekende beurzen voor hedendaagse kunst zoals Frieze London en Art Basel waar ze in allerlei soorten en maten worden verkocht. Deze spiegelkunstwerken zijn vaak visuele schouwspellen die het publiek – dat meestal graag kunst fotografeert – mooie foto’s oplevert.

In deze editie van Desipientia worden spiegels en weerspiegelingen belicht vanuit de schilderkunst, toegepaste kunst en installatiekunst, maar ook aan de hand van filosofen. Dank gaat uit naar de auteurs die met hun bijdrages laten zien dat spiegels op verschillende manieren zowel kunstenaars als beschouwers verwonderen.

Inhoud

Bram de Klerck, "Dubbelzinnig dubbel zien; Spiegels in de vroegmoderne schilderkunst", pp. 6-10.

Jean-Pierre van Rijen, "Van toiletspiegel tot nachtspiegel; Zilveren toiletgerei in de zeventiende en achttiende eeuw", pp. 11-15.

Jana Wijnsouw, “‘Like that Van Eyck in the National Gallery, with the man and the woman and the mirror’; De spiegel in prerafaëlitische kunst”, pp. 16-23.

Rosanne Schipper, “De kunstenaar en zijn spiegelbeeld; Duchamps artistieke testament”, pp. 29-32.

Charlotte Vromans, “De spiegel in 1969; Spiegelkunstwerken van Anselmo, Neumann en Smithson in de tentoonstelling Op Losse Schroeven (1969)”, pp. 33-38.

Marane Wieringa, “Mirror-like portals; The Lacanian mirror stage as seen in the Portal videogames”, pp.39-42.

Meer