Vrouwen in de Kunst

Vrouwen in de Kunst / Jaargang 27_1

Vrouwen in de Kunst
Jaargang 27, nr. 1.

Vrouwen in de Kunst

Hoort een werk als La Fille d’Eve (1905) van de Franse schilder Albert Pénot (1862-1930) wel op de cover van een nummer over vrouwen in de kunst? Of beter; kan dat nog wel in het post-#MeToo tijdperk waarin we ons bevinden? De #MeToo-beweging heeft niet alleen veranderingen teweeg gebracht in de film- en televisie-industrie, maar ook binnen de kunstwereld ontstond discussie. Op 4 oktober 2018 kopte de NOS “Schilderij met ‘softporno-nimfen’ terug in de Manchester Art Gallery”, de aanleiding was het weghalen – maar ook het terughangen – van het werk Hylas en de nimfen (1896) van John William Waterhouse (1849- 1917) uit het museum. De verwijdering van het werk was bedoeld om de discussie over kunst in het #MeToo-tijdperk op te wekken. Het schilderij van de bevallige, ontklede nimfen die passief worden beroerd door Hylas zou als ongemakkelijk kunnen worden ervaren. Ditzelfde zou gezegd kunnen worden over het werk van Pénot. De aantrekkelijke jonge vrouw is zich niet bewust van onze blik die op haar rust. Zij ligt met haar rug naar ons toe en wij – de beschouwer – zijn vrij om een mening over haar te vorm, misschien zelfs wel om haar te “keuren”. Zowel in het werk van Penót, als in dat van Waterhouse, zijn de vrouwen passief. Ze zijn er om bekeken te worden, door Hylas of door ons.

Die passieve rol van vrouwen komt continu terug in de kunstgeschiedenis. Lange tijd bevonden vrouwen zich in een dienende rol binnen de kunst; zij stonden (vaak naakt) model voor mannelijke kunstenaars of runden het huishouden zodat manlief zich op het schilderen kon storten. Dat er binnen die kunstgeschiedenis ook vrouwelijke kunstenaars konden zijn, werd veelal ontkend of zij werden weggezet als minder of niet getalenteerd. Sinds de eerste feministische golf doet de vrouw haar langzame intrede als hoofdrolspeler in de kunstwereld. Vrouwelijke kunstenaars worden uit de coulissen getrokken en krijgen een rol in de spotlights, vrouwelijke modellen krijgen hun naam vaak naar eeuwen terug en ook de vrouw als mecenas wordt steeds vaker gezien als een belangrijke factor binnen de kunstwereld. Deze ontwikkelingen volgen elkaar sinds de jaren ’70 snel op, maar we zijn er nog niet. Ook daar is het #MeToo-tijdperk het levende bewijs van. Het is goed dat de discussie over de vrouwelijke passiviteit binnen de schilderkunst wordt aangestipt. In dezelfde periode dat de Manchester Art Gallery het werk van Waterhouse weghaalde, ontstond in Amerika discussie over het werk Therese Dreaming (1938) van Balthus. Het schilderij toont een jong, minderjarig meisje dat met haar ogen gesloten op een stoel zit, haar rokje is opgekropen en haar onderbroek is zichtbaar. Volgens critici moest het werk verwijderd worden om de pedofiele noties die het opriep. De NOS-plaatste nog een artikel over #MeToo binnen de kunstwereld, waarin, Jan Rudolph de Lorm, directeur van het Singer Museum in Laren stelde dat het weghalen van zulk soort “grensoverschrijdende” kunstwerken niet de oplossing is, omdat zo een heksenjacht ontstaat. Het bieden van context over deze kunstwerken is veel belangrijker. Die context willen wij met dit nummer van Desipientia ook bieden

Inhoud

Hanna Klarenbeek, "Kunstenaressen en de canon: Op weg naar een inclusieve kunstgeschiedenis", pp. 6-10.

Lucy Geurts, "Enkele caravaggeske elementen in het oeuvre van de Hollandse meester-schilderes Judith Leyster", pp. 11-16.

Elleke de Ronde, "Het 'spel' tussen werkelijkheid en verbeelding in de pronkpoppenhuizen van Sara Rothé: "'t Is alles teeder, kleijn en licht; niet voor 't bevoel, maar voor 't gezicht"", pp. 17-21.

Hanneke Grootenboer, "De liefkozende blik", pp. 22-25.

Cora Hollema, "'Een Amerikaans element': Society-portretiste Thérèse Schwartze en het land van de onbegrensde mogelijkheden", pp. 26-31.

Mariëlle Ekkelenkamp, "Positioning Gabrielle Münter: a woman artist in Der Blaue Reiter", pp. 32-37.

Anne Weijers, "Verleiding en confrontatie in het werk van Lisa Yuskavage: De receptie van het vrouwelijk naakt en de invloed van male gaze en emotional formalism", pp 38-42.

Meer